19 februari 2026 · Katrien Volckaert
Autisme bij cognitief begaafde kinderen
- Katrien Volckaert
- ervaringen

Tijdens mijn opleiding tot experte in de hoogbegaafdheid leerde ik dat cognitief begaafde kinderen vaak ten onrechte de diagnose van autisme krijgen. Dit komt door hun soms weinig sociaal ogende gedrag. Ze vinden geen aansluiting bij hun leeftijdsgenootjes en zoeken jongere of net oudere kinderen op als speelkameraad. Wanneer dergelijk gedrag opgemerkt wordt, wordt er snel van uitgegaan dat deze kinderen sociaal nog niet rijp genoeg zijn. Dat ze wel heel intelligent zijn, maar dat ze sociaal-emotioneel nog niet op datzelfde niveau functioneren.
Hierbij wordt vaak over het hoofd gezien dat er nog andere redenen bestaan die kunnen maken dat cognitief begaafde kinderen moeilijk aansluiting vinden bij leeftijdsgenootjes. Eén van die redenen wordt prachtig geïllustreerd in onderstaande cartoon.

Ik herinner me nog heel goed hoe mijn dochter, die zichzelf op driejarige leeftijd leerde lezen, in de tweede kleuterklas dagelijks naar huis kwam met verhalen over hoe dom haar klasgenootjes wel waren. In haar beleving, natuurlijk. “Mama, die kunnen nog niet eens de letter p lezen!” Je kunt je wel voorstellen dat zij op dat moment in een gans andere wereld vertoefde dan haar klasgenoten. Ook zij stelde ons meer dan eens de vraag: “Mama, hoe maak je vrienden?”, zelfs nadat ze een jaar was gesprongen.
Een andere verklaring voor de soms moeilijk lopende contacten met leeftijdsgenoten kunnen we vinden bij de vriendschapsverwachtingen. Op dat gebied lopen cognitief begaafde kinderen namelijk vaak voor op hun leeftijdsgenoten. Ze hebben op jonge leeftijd al veel hogere verwachtingen van vriendschap. Zo verwachten ze van een vriend of vriendin bijvoorbeeld waarden als trouw, loyaliteit en intimiteit, terwijl de andere kinderen nog in de fase zitten van wederzijdsheid: als ik naar jouw verjaardagsfeestje mag komen, dan mag jij naar het mijne komen. Het groot rechtvaardigheidsgevoel van hoogintelligente kinderen kan dan ook heel erg opspelen wanneer niet aan hun onuitgesproken hoge verwachtingen wordt voldaan.
Deze belangrijke inzichten in het sociaal functioneren van cognitief begaafde kinderen hebben veel ogen geopend. Een onterechte diagnose van autisme is natuurlijk ook niet niets.
Toch dienen we op te letten om hierdoor niet te gaan overcompenseren naar de andere kant. De combinatie van een hoge intelligentie met autisme komt wel degelijk voor. En misschien net iets vaker dan we momenteel vermoeden.
Het maatpak-effect
We stellen vast dat er zich bij de combinatie van autisme en cognitieve begaafdheid een interessant fenomeen voordoet. Laat het ons even het maatpak-effect noemen.
Wat houdt dit fenomeen in? Wel, cognitief begaafde kinderen met autisme slagen er net dankzij hun grote intelligentie vaak in om toch op een aanvaardbare manier aan alle normen te voldoen. Zo meten ze zichzelf als het ware een maatpak aan om erbij te horen. Door goed te observeren en te kopiëren, én dankzij hun fenomenale geheugen, slagen deze kinderen er op een briljante manier in hun maatpak te perfectioneren en aldus hun autisme te camoufleren.
Helaas lukt dit niet zonder hier enorm hard mee bezig te zijn en er heel veel energie in te investeren. Binnenin dat maatpak voelen deze kinderen zich echter vaak onzeker, angstig en anders. Meer en meer raken ze verwijderd van hun eigen ik. Hoe ouder het kind, hoe groter de eisen van de omgeving. Hoe groter de eisen van de omgeving, hoe meer energie deze kinderen in het onderhouden en aanpassen van hun maatpak moeten steken.
Degenen die het meeste energie steken in hun maatpak, worden vaak het minste gezien, begrepen en dus ook het minste ondersteund.
Nochtans hebben deze kinderen wel degelijk ondersteuning nodig. Door hun significant andere manier van prikkelverwerking en van denken in het algemeen, lopen deze leerlingen voortdurend tegen hun grenzen aan.
Je krijgt aldus kinderen die, al dan niet zwaar, onderpresteren, doodmoe zijn, op de toppen van hun tenen lopen, thuis moeten ontladen of niet meer van hun scherm af te krijgen zijn, of zelfs kinderen die kampen met een burn-out en niet meer in staat zijn om naar school te gaan. Deze kinderen en hun ouders krijgen vaak nog een pakje schuld bovenop hun maatpak, want ze zijn toch intelligent genoeg? Daar kan het niet aan liggen!
Autisme komt wel degelijk voor in combinatie met een hoge begaafdheid. En daar dienen we heel erg attent op te zijn. Misschien is het wel net binnen deze doelgroep van cognitief begaafde kinderen het meest noodzakelijk om autisme actief op te gaan sporen. Zodat we deze kinderen én hun omgeving kunnen ontschuldigen, en tegelijkertijd de hulp bieden die ze broodnodig hebben om zichzelf, met hun cognitieve begaafdheid, in de wereld te zetten.
Waarom autisme zo vaak verkeerd gediagnosticeerd wordt
Wat maakt dat autisme nog zo vaak verkeerd gediagnosticeerd wordt, en dit langs beide kanten? Momenteel is de diagnose van autisme voornamelijk een gedragsdiagnose, een diagnose die gebaseerd wordt op hoe kinderen zich gedragen.
Bij cognitief begaafde kinderen is het gedrag echter geen correcte graadmeter voor het al dan niet aanwezig zijn van autisme. Zoals hierboven beschreven werd, kan gedrag dat op autisme lijkt andere oorzaken hebben. Evengoed kan het zijn dat er autisme aanwezig is zonder dat er opvallend autistisch gedrag opgemerkt wordt. Integendeel, soms zijn het net de kinderen die het meest binnen de lijnen lijken te kleuren, die het meest worstelen met hun anders zijn en al hun moeilijkheden internaliseren.
Beter dan naar het gedrag van kinderen te kijken, kan gekeken worden naar wat aan de basis ligt van autisme. Dat is enerzijds een sensorische over- en onderreactiviteit en anderzijds een andere informatieverwerking die we kunnen benoemen als autistisch denken. Door via gerichte testing op zoek te gaan naar eventuele tekortkomingen in de centrale coherentie, in de theory of mind én in de executieve functies krijg je niet enkel uitsluitsel over het al dan niet aanwezig zijn van autistisch denken, maar kun je ook gericht de moeilijkheden en de ondersteuningsnood van het individuele kind in kaart brengen.
Autisme is wel degelijk een beperking binnen onze huidige, niet altijd autismevriendelijke maatschappij. Het is helaas ook een erg onzichtbare beperking, zeker bij personen die cognitief begaafd zijn en zichzelf een perfect gekopieerd maatpak aangemeten hebben.
Op tijd herkenning, erkenning en gerichte ondersteuning krijgen, kan een wereld van verschil maken voor een kind. Tot zolang onze maatschappij er niet in slaagt op gebied van onderwijs onvoorwaardelijk naar de individuele noden van elk kind te kijken, zal de diagnose van autisme dan ook een belangrijke stap zijn voor de gezonde ontwikkeling van het kind met autisme. Zodat het aan de wereld ook zijn sterktes kan laten zien!
Katrien Volckaert